Naar de inhoud
Onafhankelijk initiatief · geen website van de overheidBronnen gecontroleerd op 26 oktober 2026
Belastingmonitor

Wat werd duurder, wat voordeliger? Per jaar en per groep.

Kies een jaar, een onderwerp en je situatie. Bij elke wijziging staan het oude en het nieuwe bedrag, of de regel al geldt of nog een voorstel is, en de bron.

2025–2027 · 58 wijzigingen · bijgewerkt op 25 oktober 2026
Jaar
Onderwerp
Ik ben
↑ Duurder15
↓ Voordeliger5
↕ Gemengd2
= Gelijk1

23 wijzigingen in 2027. Status: 1 in werking, 8 aangenomen, 12 voorstel, 2 raming. Dit is een selectie, niet de volledige lijst.

Inflatiecorrectie voor 48% (de ‘vrijheidsbijdrage’)

↑ Duurder
volledige inflatiecorrectie→48% van de inflatiecorrectie

Schijfgrenzen en heffingskortingen stijgen minder hard dan de prijzen. Opbrengst bij burgers € 1,5 mld in 2027 en € 3,4 mld per jaar vanaf 2028. Bedrijven betalen daarnaast € 1,5 mld via de Aof-premie.

Status: VoorstelWerkendenGepensioneerdenInkomen
Bron: Belastingplan 2027: wetsvoorstel en memorie van toelichting (Kamerstuk 37 022), MvT § 4

Arbeidskorting (maximaal)

↓ Voordeliger
€ 5.685→€ 5.889

Geïndexeerd, plus € 133 extra. Het Belastingplan noemde eerst € 173 extra (€ 5.929); de tweede nota van wijziging verlaagde dat.

Status: VoorstelWerkendenInkomen
Bron: Belastingplan 2027: tweede nota van wijziging (Kamerstuk 37 022, nr. 22), onderdeel 1, punt 3 (“€ 173” vervangen door “€ 133”); het bedrag staat letterlijk in de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 37 022, nr. 21), § 3, tabel Parameters 2027: “Hoogte derde knikpunt arbeidskorting € 5.889”

Box 3: heffingvrij vermogen

↕ Gemengd
€ 59.357→€ 60.098

Hoger, maar minder dan de inflatie: door de vrijheidsbijdrage stijgt het voor 48% mee. Met volledige inflatiecorrectie was het ongeveer € 60.900 geworden. Het Belastingplan 2027 zelf bevat verder geen maatregel voor box 3; zie het kabinetsvoorstel van 29 september hieronder.

Status: VoorstelSpaarders en beleggersSparen en beleggen
Bron: Fiscale sleuteltabel 2027 (september 2026, met correctie energiebelasting en zelfstandigenaftrek), heffingvrij vermogen; geen box 3-maatregel: aanbiedingsbrief Belastingplan 2027, p. 4

Box 3: kabinetsvoornemen na Prinsjesdag (heffingvrij vermogen en forfait)

↑ Duurder
€ 60.098 (Belastingplan 2027)→€ 30.846 · forfait overige bezittingen +1,5 procentpunt

Het kabinet wil het heffingsvrij vermogen per 2027 terugbrengen naar het niveau van 2020 en het forfait voor overige bezittingen (waaronder vastgoed) met 1,5 procentpunt verhogen; per 2028 een heffingvrij resultaat van € 1.000. Dit is een voornemen uit een Kamerbrief: er is nog geen wetsvoorstel. Het kabinet informeert de Kamer uiterlijk 2 november 2026.

Status: VoorstelSpaarders en beleggersSparen en beleggen
Bron: Brief van 29 september 2026: Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid (Kamerstuk 37 020, nr. 62), Kamerbrief 29-9-2026, Kamerstuk 37 020, nr. 62

Accijnskorting op benzine en diesel verlengd

↓ Voordeliger
benzine € 0,845 per liter→benzine € 0,852 per liter

Het tarief stijgt licht, maar blijft ver onder de € 1,028 per liter die zonder korting zou gelden. Sinds de tweede nota van wijziging (20-10-2026) loopt ook de korting op diesel in 2027 door: diesel blijft € 0,552 per liter (zonder korting € 0,671). In 2028 wordt de korting deels afgebouwd (benzine € 0,947, diesel € 0,616 per liter); per 2029 vervalt ze (benzine € 1,073, diesel € 0,701).

Status: VoorstelAutorijdersAuto en reizen
Bron: Belastingplan 2027: tweede nota van wijziging (Kamerstuk 37 022, nr. 22), toelichting, tabel 1 (benzine) en tabel 2 (diesel); onderdelen 7, 8 en 10 (art. XXV, XXVA en XLV)

Accijnskorting op lpg stopt

↑ Duurder
€ 369,02 per 1.000 kg→ca. € 448 per 1.000 kg (€ 0,242 per liter)

Volgt uit de bestaande wet. Het Belastingplan 2027 verlengt de korting alleen voor benzine en, sinds de tweede nota van wijziging (20-10-2026), diesel; niet voor lpg.

Status: AangenomenAutorijdersAuto en reizen
Bron: Wet op de accijns, art. 27 lid 1 (versie 1-1-2026); 2027: fiscale sleuteltabel 2027

Bijtelling elektrische auto van de zaak

↑ Duurder
18%→20%

Al geregeld in het Belastingplan 2026. Vanaf 2028 vervalt de korting helemaal.

Status: AangenomenElektrisch rijdersWerkendenAuto en reizen
Bron: Belastingplan 2026 (Staatsblad 2025, 444), art. II en IV

Eindheffing voor werkgevers bij een fossiele auto van de zaak

↑ Duurder
geen→12% (pseudo-eindheffing)

De werkgever betaalt, niet de werknemer. Voor auto's van vóór 1 januari 2027 geldt overgangsrecht tot en met 16 september 2030; het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 stelt 31 december 2030 voor.

Status: AangenomenWerkgeversAuto en reizen
Bron: Belastingplan 2026 (Staatsblad 2025, 444), Wet LB art. 32bc

Salderingsregeling voor zonnepanelen stopt

↑ Duurder
teruggeleverde stroom wegstrepen tegen verbruik→geen saldering meer

Aangenomen door de Eerste Kamer op 17 december 2024; gaat in op 1 januari 2027.

Status: AangenomenHuiseigenarenEnergie en consumptie
Bron: Wet beëindiging salderingsregeling (36 611)

Energiebelasting gas en stroom

↕ Gemengd
gas € 0,601 per m³ · stroom € 0,092 per kWh→gas € 0,616 per m³ · stroom € 0,088 per kWh

Tarieven zonder btw. Volgt uit de bestaande wet (Wbm art. 59, tekst per 1 januari 2027) plus de jaarlijkse inflatiecorrectie; het Belastingplan 2027 verandert deze tarieven niet. Het precieze bedrag wordt in december vastgesteld.

Status: AangenomenIedereenEnergie en consumptie
Bron: Fiscale sleuteltabel 2027 (september 2026, met correctie energiebelasting en zelfstandigenaftrek), energiebelasting, eerste schijf (61,63 ct / 8,80 ct); wettelijke basis: Wbm art. 59 lid 1, toekomstige tekst per 1-1-2027 (€ 0,60066 / € 0,08579), × tabelcorrectiefactor 1,026 (eigen berekening)

Aof-premie werkgevers (laag / hoog)

↑ Duurder
6,27% / 7,63%→6,67% / 8,03%

Raming in de begroting; de premies worden vastgesteld in de premieregeling.

Status: RamingWerkgeversOndernemers
Bron: Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2027, tabel 130

Eigen risico zorgverzekering

↑ Duurder
€ 385→€ 400

Door de jaarlijkse indexatie. De eerder geplande verlaging naar € 165 gaat niet door.

Status: AangenomenIedereenZorg en kinderen
Bron: Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2027, tabel 77

Zorgpremie (gemiddeld per jaar)

↑ Duurder
€ 1.879→€ 2.029

Raming van het ministerie. Zorgverzekeraars stellen de echte premie zelf vast.

Status: RamingIedereenZorg en kinderen
Bron: Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2027, tabel 77, nominale premie totaal (gemiddeld)

Kinderbijslag

↓ Voordeliger
nieuw→€ 61 tot € 87 per kind per jaar meer (naar leeftijd)

Voorgesteld in wetsvoorstel 36 923: € 87,24 per jaar voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar, € 74,15 (6–11 jaar) en € 61,07 (0–5 jaar), vóór indexatie. Tegelijk zou het kindgebonden budget met € 61,07 per kind per jaar dalen. Op 18 september 2026 vroeg het kabinet de Kamer dit wetsvoorstel aan te houden; het wil het intrekken en een nieuw voorstel doen. Of de kinderbijslag in 2027 zo stijgt, is daardoor onzeker.

Status: VoorstelGezinnen met kinderenZorg en kinderen
Bron: Wetsvoorstel kindregelingen (Kamerstuk 36 923): tweede nota van wijziging (nr. 8, 17-9-2026) en brief over het aanhouden van het voorstel (nr. 9, 18-9-2026), nr. 8 (tweede nota van wijziging), toelichting ‘Wijziging kinderbijslag en kindgebonden budget’; nr. 9 (brief 18-9-2026): “Het voornemen is om het wetsvoorstel, en de twee nota’s van wijziging hierop, in te trekken.”

Zo lees je de monitor

Duurder of voordeliger

‘Duurder’ en ‘voordeliger’ beschrijven het effect voor wie de belasting of premie betaalt, vergeleken met het jaar ervoor of met wat er zonder de maatregel zou gelden. Het is geen oordeel over het beleid.

  • ↑ Duurder
  • ↓ Voordeliger
  • ↕ Gemengd
  • = Gelijk
Status
  • In werkingDe regel geldt al.
  • AangenomenVastgelegd in een wet of regeling, maar nog niet ingegaan; of het volgt uit een wet die al bestaat.
  • VoorstelNog niet aangenomen. Tweede en Eerste Kamer kunnen het nog veranderen.
  • RamingGeen wet, maar een verwachting; het echte bedrag staat nog niet vast.

Bedragen zijn nominaal: niet gecorrigeerd voor inflatie. Bij ‘Ik ben’ tellen ook de wijzigingen mee die voor iedereen gelden. We nemen alleen wijzigingen op die we in de oorspronkelijke bron hebben gecontroleerd, zoals de wettekst, het Belastingplan of de begroting.

Bronnen op deze pagina· Belastingplan 2025, memorie van toelichting (Kamerstuk 36 602, nr. 3)· Wet inkomstenbelasting 2001· Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994· Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (BPM)· Wet op de loonbelasting 1964 (versie 1 januari 2025)· Wet op de accijns· Aangifte energiebelasting (tarieven 2024, 2025 en 2026)· Atlas van de lokale lasten 2026 en het databestand standaardhuishoudens· Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2026· Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2025· Factsheetbundel pakket Belastingplan 2026· Voorlopige aanslag 2026: tarieven en heffingskortingen· Belastingplan 2027: wetsvoorstel en memorie van toelichting (Kamerstuk 37 022)· Wet op belastingen van rechtsverkeer (overdrachtsbelasting)· Bijstellingsregeling indirecte belastingen 2026 (Staatscourant 2025, 40375)· Bijtelling privégebruik auto 2026· Goedkeurend beleidsbesluit vrachtwagenheffing (Staatscourant 2026, 18058)· Wet op de omzetbelasting 1968 (btw)· Wet behoud verlaagd btw-tarief cultuur, media en sport (Staatsblad 2025, 339)· Wet belastingen op milieugrondslag (energiebelasting)· Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2027· Belastingplan 2027: tweede nota van wijziging (Kamerstuk 37 022, nr. 22)· Fiscale sleuteltabel 2027 (september 2026, met correctie energiebelasting en zelfstandigenaftrek)· Brief van 29 september 2026: Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid (Kamerstuk 37 020, nr. 62)· Belastingplan 2026 (Staatsblad 2025, 444)· Wet beëindiging salderingsregeling (36 611)· Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2027· Wetsvoorstel kindregelingen (Kamerstuk 36 923): tweede nota van wijziging (nr. 8, 17-9-2026) en brief over het aanhouden van het voorstel (nr. 9, 18-9-2026)
Fout gezien? Meld het, met bron