Naar de inhoud
Onafhankelijk initiatief · geen website van de overheidBronnen gecontroleerd op 26 oktober 2026
Thema · box 3
Gebaseerd op het box 3-dossier van Protiva

Box 3: hoe worden sparen en beleggen belast?

In het kort

In 2026 betaal je 36% belasting over een fictief rendement: 1,28% op spaargeld (voorlopig), 6,00% op beleggingen en andere bezittingen, min 2,70% over schulden. Over de eerste € 59.357 per persoon betaal je niets. Wie € 100.000 spaargeld heeft, betaalt zo € 187. In 2001 was het 30% over een vast rendement van 4%, met € 17.600 vrij. Was je werkelijke rendement lager, dan mag je dat opgeven. Een wet die het werkelijke rendement belast, ligt bij de Eerste Kamer.

Tarief 202636%Realisatie
Heffingvrij vermogen per persoon€ 59.357Realisatie
Fictief rendement spaargeld1,28%Raming
Fictief rendement overige bezittingen6,00%Realisatie

Reken het zelf uit

Volgens het forfait van 2026, met de percentages hierboven. Vastgoed dat je verhuurt telt mee voor de WOZ-waarde maal de leegwaarderatio; dat zit niet in deze rekenhulp.

Je vermogen op 1 januari 2026

Aandelen, obligaties, crypto, een tweede woning, uitgeleend geld. Je eigen huis telt niet mee (box 1).
Niet je hypotheek op je eigen huis.
Een schatting, geen belastingadvies. De berekening gebeurt in je browser; we slaan niets op.

Box 3-belasting over 2026

Fictief rendement spaargeld (1,28%, voorlopig)€ 1.024
Fictief rendement overige bezittingen (6,00%)€ 2.400
Min rente op schulden boven € 3.800 (2,70%, voorlopig)€ 0
Fictief rendement samen€ 3.424
Dat is, gemiddeld over je vermogen2,85%
Vermogen boven het heffingvrij vermogen (€ 59.357)€ 60.643
Belastbaar voordeel (€ 60.643 × 2,85%)€ 1.730
Te betalen (36%)€ 623
Was je werkelijke rendement lager (rente, dividend en koerswinst min rente op schulden)? Dan mag je dat opgeven in je aangifte (tegenbewijs). Je betaalt dan nooit meer dan hier berekend.
Bronnen: Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.13, versie geldend vanaf 1-1-2026; Voorlopige aanslag 2026: tarieven en heffingskortingen, Rendementspercentage per soort vermogen (voorlopig percentage; het definitieve percentage volgt begin 2027); Wet inkomstenbelasting 2001, art. 5.3, derde lid, onderdeel f, versie geldend vanaf 1-1-2026 (partners samen € 7.600).

Stand van de wetgeving

Nu: forfait met tegenbewijs

Wet

Na uitspraken van de Hoge Raad (het Kerstarrest van december 2021 en het arrest van juni 2024) mag de Belastingdienst niet meer belasten dan je werkelijke rendement, als dat lager is dan het fictieve. De Wet tegenbewijsregeling (in werking 19 juli 2025) regelt dat: vanaf 2025 geef je een lager werkelijk rendement op in je aangifte, over 2021 tot en met 2024 met een apart formulier. Rente op schulden mag eraf, andere kosten niet.

Bron: Hoge Raad 24 december 2021 (Kerstarrest), ECLI:NL:HR:2021:1963Bron: Wet tegenbewijsregeling box 3 (Staatsblad 2025, 195)Bron: Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705

2027: voorstel

Voorstel

Het Belastingplan 2027 bevat geen box 3-maatregel. Op 29 september 2026 stelde het kabinet voor om het heffingvrij vermogen in 2027 te verlagen naar € 30.846 (het niveau van 2020) en het fictief rendement op overige bezittingen met 1,5 procentpunt te verhogen. Op 16 oktober schreef het kabinet dat het aan een andere dekking werkt. Niets hiervan is wet.

Bron: Aanbiedingsbrief pakket Belastingplan 2027Bron: Brief van 29 september 2026: Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid (Kamerstuk 37 020, nr. 62)Bron: Brief regering 16 oktober 2026 over de dekking van de box 3-novelle (2026D51987)

2028: werkelijk rendement

Voorstel

De Wet werkelijk rendement box 3 (36 748) belast wat je echt verdient: rente, dividend en huur elk jaar, de waardestijging van aandelen en andere beleggingen ook als je niet verkoopt, en die van vastgoed pas bij verkoop. De Tweede Kamer nam de wet op 12 februari 2026 aan; de Eerste Kamer houdt de stemming sinds 30 juni aan. Het kabinet wil met een novelle ook beleggingen pas bij verkoop belasten, met een heffingsvrij resultaat van € 1.000. Beoogde start: 2028.

Bron: Wet werkelijk rendement box 3: memorie van toelichting (Kamerstuk 36 748, nr. 3)Bron: Wet werkelijk rendement box 3 (36 748): dossier Eerste KamerBron: Brief van 29 september 2026: Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid (Kamerstuk 37 020, nr. 62)
Stand: 25 oktober 2026. De tijdlijn met elke stap sinds 2001 staat in het box 3-dossier van Protiva.

Box 3 per jaar

Heffingvrij vermogen per persoon

2026: € 59.357

Fictief rendement per soort vermogen

Overige bezittingenSchuldenSpaargeld
2026: Overige bezittingen 6,0% · Schulden 2,7% · Spaargeld 1,3%
2017–2022: de percentages van het rechtsherstel. Gestippeld: voorlopig.
Tarief, heffingvrij vermogen en fictief rendement per jaar
JaarTariefHeffingvrij vermogenFictief rendementBron
202636%€ 59.357
spaargeld 1,28%, overig 6,00%, schulden 2,70%
202536%€ 57.684
spaargeld 1,37%, overig 5,88%, schulden 2,70%
202436%€ 57.000
spaargeld 1,44%, overig 6,04%, schulden 2,61%
202332%€ 57.000
spaargeld 0,92%, overig 6,17%, schulden 2,46%
202231%€ 50.650
1,82% / 4,37% / 5,53% (per schijf)
Rechtsherstel: spaargeld 0,00%, overig 5,53%, schulden 2,28%
202131%€ 50.000
1,90% / 4,50% / 5,69% (per schijf)
Rechtsherstel: spaargeld 0,01%, overig 5,69%, schulden 2,46%
202030%€ 30.846
1,79% / 4,19% / 5,28% (per schijf)
Rechtsherstel: spaargeld 0,04%, overig 5,28%, schulden 2,74%
201930%€ 30.360
1,93% / 4,44% / 5,59% (per schijf)
Rechtsherstel: spaargeld 0,08%, overig 5,59%, schulden 3,00%
201830%€ 30.000
2,02% / 4,33% / 5,38% (per schijf)
Rechtsherstel: spaargeld 0,12%, overig 5,38%, schulden 3,20%
201730%€ 25.000
2,87% / 4,60% / 5,39% (per schijf)
Rechtsherstel: spaargeld 0,25%, overig 5,39%, schulden 3,43%
2001–2016 tonen
JaarTariefHeffingvrij vermogenFictief rendementBron
201630%€ 24.437
4% over alles
201530%€ 21.330
4% over alles
201430%€ 21.139
4% over alles
201330%€ 21.139
4% over alles
201230%€ 21.139
4% over alles
201130%€ 20.785
4% over alles
201030%€ 20.661
4% over alles
200930%€ 20.661
4% over alles
200830%€ 20.315
4% over alles
200730%€ 20.014
4% over alles
200630%€ 19.698
4% over alles
200530%€ 19.522
4% over alles
200430%€ 19.252
4% over alles
200330%€ 18.800
4% over alles
200230%€ 18.146
4% over alles
200130%€ 17.600
4% over alles
2017–2022: het rendement liep op met het vermogen, in drie schijven. Voor wie bezwaar maakte of nog geen definitieve aanslag had, gelden de percentages van het rechtsherstel. Vanaf 2023: een percentage per soort vermogen; spaargeld en schulden worden na afloop van het jaar vastgesteld.

Bronnen op deze pagina

Een schatting, geen belastingadvies. Cijfers per jaar overgenomen uit het box 3-dossier van Protiva, met de bron die daar staat; 2026 zelf nagelopen in de wet en bij de Belastingdienst.Download de cijfers (CSV)Fout gezien? Meld het, met bron