Welke uitgaven, belastingen en heffingen stijgen het hardst?
Hier zie je per post hoe snel hij groeit: de uitgaven van de overheid, de belastingen en premies, en de heffingen van gemeenten. Kies een startjaar; elke post begint dan op 100. Zo kun je posten van heel verschillende grootte naast elkaar zetten.
In het kort
Van 2019 tot 2024 stegen de uitgaven van de hele overheid met 43% (na inflatie +16%). Het hardst stegen defensie (+80%), wonen en openbare voorzieningen (+73%) en gezin en kinderen (+63%).
De belastingen en sociale premies samen stegen van 2019 tot 2025 met 41% (na inflatie +11%). Het snelst groeiden erf- en schenkbelasting (+131%), vennootschapsbelasting (+92%) en kansspelbelasting (+77%). Gedaald: BPM (aanschaf auto, −43%), dividendbelasting (−9%) en accijnzen (−5%).
De gemeenten begroten voor 2026 50% meer aan heffingen dan voor 2019. Het hardst stegen toeristenbelasting (+122%) en leges burgerzaken (+73%). Alle percentages zijn eigen berekeningen op cijfers van het CBS; kies hieronder zelf een ander startjaar.
Uitgaven van de hele overheid (Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en sociale fondsen), ingedeeld naar functie volgens de internationale COFOG-indeling. Bron: CBS, nationale rekeningen. Laatste jaar: 2024.
Groei sinds 2019 (2019 = 100), nominaal
Hoe lees je dit? Elke lijn begint in 2019 op 100. Staat een lijn op 150, dan is die post anderhalf keer zo groot als in 2019. Gestippeld: voorlopig cijfer. Kies rubrieken in de ranglijst of hieronder (maximaal 6 plus het totaal).
Toon de grafiek als tabel
| Jaar | Alle overheidsuitgaven | Defensie | Wonen en openbare voorzieningen | Werkloosheid |
|---|---|---|---|---|
| 2019 | 100,0 · € 349,3 mld | 100,0 · € 10,2 mld | 100,0 · € 4,0 mld | 100,0 · € 7,5 mld |
| 2020 | 111,8 · € 390,4 mld | 106,6 · € 10,8 mld | 101,8 · € 4,1 mld | 105,6 · € 7,9 mld |
| 2021 | 117,1 · € 409,2 mld | 110,1 · € 11,2 mld | 112,8 · € 4,5 mld | 95,6 · € 7,2 mld |
| 2022 | 123,1 · € 430,0 mld | 126,3 · € 12,8 mld | 155,3 · € 6,2 mld | 79,9 · € 6,0 mld |
| 2023 | 132,3 · € 462,1 mld | 141,7 · € 14,4 mld | 168,4 · € 6,7 mld | 91,1 · € 6,8 mld |
| 2024 | 142,7 · € 498,5 mld* | 180,1 · € 18,3 mld* | 173,3 · € 6,9 mld* | 100,3 · € 7,5 mld* |
Snelste stijgers
Geen dalers: de langzaamste stijgers
Kies rubrieken voor de grafiek
Het bedrag per rubriek (nominaal)
Wat telt mee?
Alle uitgaven van de hele overheid: Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en sociale fondsen. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 10 "Sociale bescherming": onder meer AOW, uitkeringen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, kinderregelingen en bijstand. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 7 "Volksgezondheid": ziekenhuizen, huisartsen, geneesmiddelen en andere medische zorg die de overheid en de sociale fondsen betalen. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 10.2 "Ouderdom", een onderdeel van sociale zekerheid. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 9 "Onderwijs": van basisschool tot universiteit. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 4 "Economische aangelegenheden": onder meer verkeer en vervoer, energie, landbouw en steun aan bedrijven. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 10.1, een onderdeel van sociale zekerheid. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 1 "Algemeen overheidsbestuur": ministeries, gemeentebestuur, belastingdienst, de rente op de staatsschuld en hulp aan het buitenland. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 10.4, een onderdeel van sociale zekerheid. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 4.5 "Vervoer", een onderdeel van economie. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 3 "Openbare orde en veiligheid": politie, brandweer, rechtspraak en gevangenissen. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 2 "Landsverdediging". Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 5 "Milieubescherming": afval, afvalwater, natuur en bestrijding van vervuiling. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 8 "Recreatie, cultuur en religie". Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 3.1, een onderdeel van politie, rechtspraak en veiligheid. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 1.7 "Verrichtingen overheidsschuld", een onderdeel van algemeen bestuur. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 10.5, een onderdeel van sociale zekerheid. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 6 "Huisvesting en gemeenschapsvoorzieningen": woningbouw, stads- en plattelandsontwikkeling, water en straatverlichting. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Wat telt mee?
COFOG 1.2 "Hulp buitenland", een onderdeel van algemeen bestuur. Uitgaven van de hele overheid volgens de nationale rekeningen (CBS), in miljoen euro, nominaal.
Alle bedragen als tabel
| Rubriek | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Alle overheidsuitgaven | € 316,4 mld | € 316,3 mld | € 321,1 mld | € 334,1 mld | € 349,3 mld | € 390,4 mld | € 409,2 mld | € 430,0 mld | € 462,1 mld | € 498,5 mld* |
| Sociale zekerheid | € 120,3 mld | € 123,0 mld | € 124,3 mld | € 127,4 mld | € 133,2 mld | € 141,4 mld | € 146,5 mld | € 156,3 mld | € 172,1 mld | € 186,0 mld* |
| Zorg | € 53,3 mld | € 51,4 mld | € 53,8 mld | € 56,9 mld | € 59,9 mld | € 66,3 mld | € 73,7 mld | € 71,3 mld | € 74,4 mld | € 81,5 mld* |
| Ouderdom (zoals de AOW) | € 45,1 mld | € 46,4 mld | € 46,9 mld | € 48,3 mld | € 50,8 mld | € 53,4 mld | € 56,1 mld | € 57,9 mld | € 63,1 mld | € 68,8 mld* |
| Onderwijs | € 36,3 mld | € 37,4 mld | € 37,8 mld | € 39,1 mld | € 40,5 mld | € 41,7 mld | € 44,2 mld | € 48,3 mld | € 53,3 mld | € 57,2 mld* |
| Economie, verkeer en landbouw | € 30,7 mld | € 31,2 mld | € 31,4 mld | € 33,0 mld | € 34,0 mld | € 54,1 mld | € 55,3 mld | € 56,0 mld | € 55,1 mld | € 49,5 mld* |
| Ziekte en arbeidsongeschiktheid | € 31,1 mld | € 31,3 mld | € 32,2 mld | € 33,3 mld | € 35,0 mld | € 37,1 mld | € 38,2 mld | € 40,2 mld | € 44,6 mld | € 48,5 mld* |
| Algemeen bestuur | € 33,6 mld | € 30,3 mld | € 30,4 mld | € 31,2 mld | € 31,9 mld | € 34,0 mld | € 34,0 mld | € 36,2 mld | € 38,4 mld | € 46,2 mld* |
| Gezin en kinderen | € 13,0 mld | € 13,7 mld | € 14,4 mld | € 15,3 mld | € 16,7 mld | € 18,5 mld | € 20,0 mld | € 20,6 mld | € 24,0 mld | € 27,2 mld* |
| Verkeer en vervoer | € 16,1 mld | € 15,5 mld | € 15,9 mld | € 16,3 mld | € 17,3 mld | € 19,1 mld | € 20,5 mld | € 20,2 mld | € 22,3 mld | € 24,5 mld* |
| Politie, rechtspraak en veiligheid | € 13,0 mld | € 13,3 mld | € 13,2 mld | € 14,1 mld | € 14,9 mld | € 16,0 mld | € 16,9 mld | € 17,9 mld | € 19,5 mld | € 21,6 mld* |
| Defensie | € 7,7 mld | € 7,8 mld | € 8,2 mld | € 8,7 mld | € 10,2 mld | € 10,8 mld | € 11,2 mld | € 12,8 mld | € 14,4 mld | € 18,3 mld* |
| Milieu | € 9,4 mld | € 9,9 mld | € 10,0 mld | € 10,7 mld | € 11,1 mld | € 11,9 mld | € 12,5 mld | € 13,8 mld | € 16,0 mld | € 17,9 mld* |
| Sport, cultuur en omroep | € 8,7 mld | € 8,8 mld | € 9,0 mld | € 9,6 mld | € 9,6 mld | € 10,0 mld | € 10,4 mld | € 11,2 mld | € 12,2 mld | € 13,4 mld* |
| Politie | € 5,9 mld | € 6,0 mld | € 6,1 mld | € 6,6 mld | € 7,0 mld | € 7,3 mld | € 7,6 mld | € 8,1 mld | € 8,5 mld | € 9,2 mld* |
| Rente op de staatsschuld | € 10,5 mld | € 9,7 mld | € 8,6 mld | € 8,0 mld | € 7,4 mld | € 6,8 mld | € 5,9 mld | € 6,1 mld | € 7,1 mld | € 8,0 mld* |
| Werkloosheid | € 10,6 mld | € 9,6 mld | € 8,9 mld | € 7,9 mld | € 7,5 mld | € 7,9 mld | € 7,2 mld | € 6,0 mld | € 6,8 mld | € 7,5 mld* |
| Wonen en openbare voorzieningen | € 3,5 mld | € 3,1 mld | € 2,9 mld | € 3,5 mld | € 4,0 mld | € 4,1 mld | € 4,5 mld | € 6,2 mld | € 6,7 mld | € 6,9 mld* |
| Hulp aan het buitenland | € 3,4 mld | € 3,3 mld | € 4,0 mld | € 3,8 mld | € 3,5 mld | € 4,6 mld | € 3,8 mld | € 4,9 mld | € 4,3 mld | € 4,4 mld* |
Wat deze cijfers wel en niet zeggen
- Een snelle stijger hoeft geen grote post te zijn: een kleine post die verdubbelt, staat hoger dan een grote post die met een kwart groeit. Kijk daarom ook naar het bedrag.
- Uitgaven en belastingen komen uit de nationale rekeningen van het CBS. Die tellen de hele overheid mee (ook gemeenten en sociale fondsen) en boeken op het moment van de transactie. De Miljoenennota telt anders; de bedragen zijn dus niet een-op-een te vergelijken.
- Het laatste jaar van het CBS is voorlopig en kan nog worden bijgesteld. Dat deel van de lijn is gestippeld.
- Asiel is in deze indeling geen aparte post: de kosten zitten verdeeld over andere functies. Ook tijdelijke uitgaven, zoals de coronasteun in 2020 en 2021, zitten in de gewone functies. Een startjaar in of vlak voor zo'n periode geeft daardoor een ander beeld.
- De gemeentelijke heffingen zijn begrote opbrengsten (wat gemeenten verwachten op te halen), geen realisaties. Het CBS heeft deze reeks vanaf 2017; eerdere jaren zijn volgens het CBS niet geheel vergelijkbaar.
- Na inflatie: omgerekend met de consumentenprijsindex van het CBS naar prijzen van 2025. Per inwoner: gedeeld door de bevolking op 1 januari. Beide zijn eigen berekeningen.