Naar de inhoud
Onafhankelijk initiatief · geen website van de overheidBronnen gecontroleerd op 26 oktober 2026
Nederland in Europa

Geeft de Nederlandse overheid meer of minder uit dan andere landen in Europa?

Nederland naast België, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden en het gemiddelde van de 27 EU-landen. Alles in procenten van het bbp, de waarde van alles wat een land in een jaar verdient. Zo zijn grote en kleine landen te vergelijken.

In het kort

De Nederlandse overheid gaf in 2025 45,2% van het bbp uit, tegen 49,4% gemiddeld in de EU. Dat is het laagste percentage van de zes vergeleken landen. In 2015 was het 45,2% in Nederland en 48,3% in de EU.

Aan belastingen en sociale premies samen haalde de overheid in 2024 39,4% van het bbp op (EU: 40,2%); het laagste percentage van de zes vergeleken landen.

Per functie (2024) zit het grootste verschil met het EU-gemiddelde bij sociale zekerheid: 16,6% van het bbp in Nederland, 19,5% in de EU. Het meest boven het EU-gemiddelde zit Nederland bij milieu: 1,6% tegen 0,8%. Bron: Eurostat; de vergelijking is een eigen berekening.

Overheidsuitgaven Nederland, 202545,2%van het bbp (voorlopig)
Overheidsuitgaven EU, 202549,4%van het bbp
Belastingen en premies Nederland, 202439,4%van het bbp
Belastingen en premies EU, 202440,2%van het bbp

Overheidsuitgaven in 2025, in % van het bbp

Nederland: 45,2% van het bbp (voorlopig)
RealisatieBron: Overheidsinkomsten, -uitgaven en hoofdtotalen (gov_10a_main), na_item TE, sector S13

Zo ontwikkelde het zich, 2015–2025

NederlandEU (27 landen)BelgiëDuitslandFrankrijkDenemarkenZweden
2025: Nederland 45,2% · EU (27 landen) 49,4% · België 54,4% · Duitsland 50,1% · Frankrijk 57,3% · Denemarken 47,2% · Zweden 49,3%
Gestippeld: voorlopig cijfer. 2020 en 2021: coronajaren.
Toon als tabel
JaarNederlandEU (27 landen)BelgiëDuitslandFrankrijkDenemarkenZweden
201545,2%48,3%53,9%44,4%57,6%54,4%50,5%
201643,9%47,5%53,4%44,6%57,4%52,4%50,6%
201742,7%46,9%52,3%44,4%57,7%50,6%50,3%
201842,4%46,6%52,5%44,4%56,4%50,8%50,9%
201942,1%46,6%51,8%45,3%55,3%49,8%49,8%
202047,8%52,8%58,5%50,7%61,7%53,3%53,3%
202145,9%51,1%54,9%50,3%59,5%49,7%50,4%
202243,3%49,1%52,5%48,3%58,4%45,1%49,4%
202344,0%48,8%52,7%47,7%56,8%47,5%50,2%
202444,6%48,9%54,1%49,0%57,0%46,5%50,0%
202545,2%*49,4%54,4%*50,1%57,3%47,2%49,3%
% van het bbp. * = Eurostat-vlag, meestal voorlopig. Bron: Eurostat (Overheidsinkomsten, -uitgaven en hoofdtotalen (gov_10a_main)).

Belastingen en sociale premies in 2024, in % van het bbp

Nederland: 39,4% van het bbp
LandBelastingen en premiesWaarvan belastingen
Nederland39,4%26,8%
EU (27 landen)40,2%26,3%
België45,2%29,8%
Duitsland40,9%23,4%
Frankrijk45,3%28,9%
Denemarken45,5%45,2%
Zweden41,8%38,2%
Landen betalen hun sociale zekerheid op verschillende manieren: met premies of uit de gewone belastingen. In 2024 kwam in Nederland 26,8% van het bbp uit belastingen en 12,6% uit vooral sociale premies; in Denemarken was dat 45,2% en 0,3%. Vergelijk daarom belastingen en premies samen. Het verschil tussen de twee kolommen is een eigen berekening.Bron: Eurostat: belastingen en premies naar soort en betaler (gov_10a_taxag), na_item D2_D5_D91_D61_M_D995 en D2_D5_D91, sector S13_S212

Belastingen en premies, 2015–2024

NederlandEU (27 landen)BelgiëDuitslandFrankrijkDenemarkenZweden
2024: Nederland 39,4% · EU (27 landen) 40,2% · België 45,2% · Duitsland 40,9% · Frankrijk 45,3% · Denemarken 45,5% · Zweden 41,8%
Gestippeld: voorlopig cijfer. Niet elk land heeft al cijfers over 2025; daarom loopt deze grafiek tot 2024.
Toon als tabel
JaarNederlandEU (27 landen)BelgiëDuitslandFrankrijkDenemarkenZweden
201537,8%40,8%47,5%40,0%47,7%47,6%43,5%
201639,1%40,9%46,7%40,5%47,7%46,9%44,9%
201739,3%41,0%47,3%40,7%48,5%46,5%45,2%
201839,4%41,1%47,2%41,1%48,3%45,4%44,9%
201939,8%40,9%45,6%41,4%47,3%48,1%43,8%
202040,1%41,0%45,5%41,3%47,4%48,1%43,3%
202139,6%41,2%45,5%42,0%46,9%48,3%43,9%
202238,7%40,7%44,8%41,4%*47,7%42,8%43,5%
202339,7%39,9%44,3%40,1%*45,6%44,7%42,6%
202439,4%40,2%45,2%40,9%*45,3%45,5%41,8%
% van het bbp. * = Eurostat-vlag, meestal voorlopig. Bron: Eurostat (Eurostat: belastingen en premies naar soort en betaler (gov_10a_taxag)).
Waar gaat het geld naartoe?

Uitgaven naar functie in 2024: Nederland en het EU-gemiddelde

Eurostat deelt de uitgaven van alle EU-landen op dezelfde manier in (de COFOG-indeling). Elke staaf is een percentage van het bbp van dat land.

NederlandEU (27 landen)
Sociale zekerheid: Nederland 16,6%, EU (27 landen) 19,5% van het bbp
Alle landen als tabel
Functie (2024, % bbp)NederlandEU (27 landen)BelgiëDuitslandFrankrijkDenemarkenZwedenVerschil NL – EU
Sociale zekerheid16,6%19,5%20,4%*20,4%*23,7%*19,6%19,0%−2,9 procentpunt
Zorg7,3%7,3%8,0%*7,6%*8,9%*8,3%7,4%0,0 procentpunt
Onderwijs5,1%4,7%6,3%*4,5%*5,1%*5,6%7,2%+0,4 procentpunt
Economie, verkeer en landbouw4,4%5,3%6,4%*5,4%*5,7%*3,1%4,8%−0,9 procentpunt
Algemeen bestuur4,1%6,0%7,1%*6,4%*6,2%*5,7%5,4%−1,9 procentpunt
Politie, rechtspraak en veiligheid1,9%1,7%1,7%*1,6%*1,8%*1,0%1,6%+0,2 procentpunt
Defensie1,6%1,5%1,3%*1,4%*1,9%*1,8%1,9%+0,1 procentpunt
Milieu1,6%0,8%1,2%*0,6%*1,0%*0,4%0,5%+0,8 procentpunt
Sport, cultuur en omroep1,2%1,2%1,2%*1,1%*1,5%*1,5%1,4%0,0 procentpunt
Wonen en openbare voorzieningen0,6%0,7%0,4%*0,5%*1,4%*0,3%0,8%−0,1 procentpunt
* = Eurostat-vlag, meestal voorlopig. Het verschil is een eigen berekening.
RealisatieBron: Overheidsuitgaven naar functie, COFOG (gov_10a_exp), na_item TE, sector S13, cofog99 GF01–GF10

Een groot deel van de Nederlandse pensioenen loopt via pensioenfondsen, buiten de overheid. Die tellen hier niet mee. In landen waar de overheid een groter deel van het pensioen betaalt, valt sociale zekerheid daardoor hoger uit.

Waarom deze cijfers anders zijn dan in de Miljoenennota

  • Eurostat telt de hele overheid volgens de Europese rekenregels (ESR 2010): het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en de sociale fondsen. Geld dat de ene overheid aan de andere geeft, telt één keer.
  • De Miljoenennota volgt de Nederlandse begrotingsregels: de begroting van het Rijk plus de zorg en sociale zekerheid die uit premies worden betaald. Wat gemeenten, provincies en waterschappen uit eigen inkomsten (zoals de OZB) uitgeven, valt daarbuiten.
  • Eurostat boekt een uitgave of belasting in het jaar waarop die betrekking heeft (transactiebasis). In de Miljoenennota tellen sommige posten op het moment van betalen (kasbasis).
  • De belastingdruk van Eurostat telt ook enkele toegerekende premies mee. De collectieve lastendruk van het CBS en het CPB is iets anders afgebakend; de percentages kunnen daardoor enkele tienden verschillen.
  • Een percentage van het bbp daalt als de economie harder groeit dan de uitgaven, ook als de uitgaven in euro's stijgen. Wil je de bedragen zelf zien, kijk dan bij Vergelijk rubrieken.
  • De cijfers van het laatste jaar zijn vaak voorlopig en worden later nog bijgesteld. De Nederlandse cijfers levert het CBS aan Eurostat.
Fout gezien? Meld het, met bron